Fructaanindex

Hoeveel suiker zit er nu in het gras? Gras bouwt fructaan op bij zon en kou en verbruikt het bij warmte. Wij rekenen dat uur voor uur uit het weer, voor jouw plek, en zeggen wat het voor je ezel betekent.

Nederland en België nu
  • laag
  • verhoogd
  • hoog
  • zeer hoog

Klik op een plaats voor de index en het advies daar.

Wat zie je zelf?

Wat je met het getal doet

Het getal loopt van 0 tot 100, in vier vakken: de opgebouwde voorraad van de afgelopen twee weken plus het weer van vandaag op jouw plek. Het zegt niets over de hoeveelheid gras, alleen over wat erin zit; ook van mager gras eet een ezel te veel.

  • Laag

    0 tot 24

    Weinig suiker in het gras. Toch niet onbeperkt: ook mager gras maakt een ezel te zwaar. Begrens het oppervlak en houd stro en hooi als basis.

    Zo staat het nu

  • Verhoogd

    25 tot 49

    Er is suiker opgebouwd. Geef gevoelige ezels minder oppervlak en houd ze op zonnige middagen van de wei.

    Zo staat het nu

  • Hoog

    50 tot 74

    Het gras zit vol. Gevoelige ezels niet op het gras; de andere op een smalle strook of een paddock, met stro en hooi.

    Zo staat het nu

  • Zeer hoog

    75 tot 100

    Heel veel suiker: het weer voor hoefbevangenheid. Ezels van het gras, hooi geven, en let op een ezel die stil wordt of stijf loopt.

    Zo staat het nu

Een ezel graast met het hoofd diep in het gras.

Wat is fructaan?

Gras is een plant met een spaarpot. Fructaan is wat erin zit.

Overdag maakt gras in de zon suiker aan. Die suiker gebruikt het om te groeien, en groeien lukt alleen als het warm genoeg is. Blijft er suiker over, dan slaat de plant die op als fructaan: lange ketens van suiker, opgeslagen in de stengel, vooral onderin. Zolang het gras kan groeien, teert het daar in de nacht weer op in. Kan het niet groeien, door kou of door droogte, dan stapelt de voorraad op.

Voor de meeste dieren is dat geen probleem. Voor een ezel die er gevoelig voor is wel. Fructaan wordt niet in de dunne darm verteerd maar in de dikke darm vergist, en gras dat veel fructaan bevat zit ook vol gewone suiker. Bij een ezel die slecht op suiker reageert (insulineresistentie) schiet de insuline daarvan omhoog, en dat is wat de hoeven beschadigt.

Wat de hoeveelheid fructaan bepaalt

  • Koude nachten, en zeker vorst: het gras groeit niet en houdt vast.
  • Zonnige dagen: veel aanmaak.
  • Droogte, of iets anders waardoor het gras niet groeit: de plant spaart.
  • Voorjaar en najaar, als koude nachten en zonnige dagen elkaar afwisselen.
  • Kort afgegraasd gras: de suiker zit onderin de stengel, precies het deel dat dan nog staat.
  • Schrale bodem en grassoorten die veel opslaan; Engels raaigras is er berucht om.
Drie ezels kijken je aan vanuit een mistige wei.

Waarom de ezel er gevoeliger voor is

Een index voor paarden zegt voor een ezel te weinig.

Drie dingen maken de ezel kwetsbaarder dan het paard, en ze versterken elkaar.

Hij wordt sneller te zwaar. Zijn stofwisseling is zuinig; wat een paard verbrandt, zet een ezel om in vet. Overgewicht is bij ezels een van de meest voorkomende problemen, en tegelijk de belangrijkste voorbode van insulineresistentie: het lichaam reageert dan slecht op suiker, en juist dat maakt de hoeven kwetsbaar.

Hij laat pijn niet zien. Een paard met hoefbevangenheid staat op zijn hielen en wil niet lopen. Een ezel wordt stil, gaat apart staan, eet wat minder. Daardoor wordt hoefbevangenheid bij ezels vaak pas opgemerkt als het al een tijd aan de gang is, en is de schade in de hoef dan groter.

Hij mag niet ineens op rantsoen. De reflex bij een hoge index is: alles weghalen. Bij een ezel is dat gevaarlijk. Een ezel die plotseling te weinig eet, kan binnen een paar dagen hyperlipemie ontwikkelen, een ontregeling van de vetstofwisseling die vaak dodelijk is. Beperk dus het gras, maar zorg dat er altijd stro of hooi is en dat hij blijft eten.

Ezels in de mist op een koude ochtend.

Wanneer is het risico het hoogst?

Het weer van vannacht telt zwaarder dan het weer van nu.

Het weer waarbij je oplet

  • Na een koude nacht, onder de vijf graden, met daarna een zonnige dag: de klassieke opstapeling. Na een nacht met vorst is de vroege ochtend geen veilig moment; de suiker van gisteren zit er dan nog in.
  • In het voorjaar en het najaar, als koude nachten en zonnige dagen elkaar afwisselen. De index staat dan dagenlang op verhoogd of hoog.
  • Op weilanden die kort zijn afgegraasd: het gras dat overblijft is precies het deel met de meeste suiker.
  • Bij droogte: een gewas dat niet kan groeien, spaart.
  • Op zonnige middagen, als de aanmaak van de dag op zijn hoogst is. Bij zacht weer is de vroege ochtend het armst aan suiker, omdat het gras in de nacht heeft verbruikt.

De ezel waarbij je extra oplet

  • Een ezel die eerder hoefbevangen was, ook al is het jaren geleden.
  • Een ezel die te zwaar is, of een dikke nek en vetkussens bij de staartwortel heeft.
  • Miniatuurezels en oudere ezels.
  • Een ezel die weinig beweegt.
  • Een ezel met het syndroom van Cushing (PPID).
Twee ezels tussen droge struiken, het schrale landschap waar ze vandaan komen.

Wat doe je bij een hoge index?

Minder gras, nooit minder eten.

Op de wei

  • Beperk het oppervlak eerder dan de tijd: een ezel die maar kort mag, eet sneller. Geef een smalle strook, of zet hem op een paddock, een track of een kaal stuk met stro en hooi.
  • Een graasmasker is bij een ezel een laatste middel, niet de standaard: veel ezels eten er slecht onder, en te weinig eten is bij een ezel gevaarlijk. Gebruik je er toch een, dan hooguit een paar uur, en kijk of hij eronder eet en drinkt.
  • Strookgrazen: geef elke dag een smalle nieuwe strook in plaats van de hele wei.
  • Laat een wei niet kaalgrazen; kort gras is juist het suikerrijkste deel.
  • Kies bij zacht weer de vroege ochtend; na een koude nacht juist niet.

In de stal en het rantsoen

  • Gerstestro als basis voor een ezel met goede tanden, met wat hooi erbij; is hij oud of heeft hij slechte tanden, dan hooi, zo nodig geweekt. Een ezel moet altijd ruwvoer hebben.
  • Hooi met veel suiker kun je een half uur tot een uur weken; een deel van de suiker spoelt dan uit. Gooi het weekwater weg en geef het hooi meteen.
  • Geen krachtvoer, geen brokken met melasse, en geen appels of wortels als traktatie.
  • Zout en mineralen wel: een liksteen zonder melasse.

Beweging en gewicht

  • Wandel dagelijks met een ezel die goed loopt (loopt hij stijf of kort, dan niet; zie verderop), of maak de weg tussen het water en het hooi langer.
  • Voel wekelijks aan de ribben en de nek. Kun je de ribben niet meer voelen, dan is hij te zwaar.
Twee ezels spelen en steigeren in de wei.

Fructaan is zelden de enige oorzaak

Beweging en gewicht doen meer dan een paar procent suiker.

Een hoge index maakt niet elke ezel ziek, en één dag gras verklaart zelden het hele verhaal. Hoefbevangenheid komt bijna altijd uit een optelsom, en het gras is daarin maar één post.

De stofwisseling en het voer. Overgewicht, een ezel die van nature zuinig is, een lichaam dat slecht op suiker reageert, en een rantsoen dat daar niet bij past. Dit is de post waar de index over gaat, en tegelijk de post die je het hele jaar in de hand hebt: wat er in de voerbak ligt, hoeveel wei hij krijgt en hoeveel hij weegt.

De hoef en de belasting. Een hoef die te lang is, uit balans staat of een dunne zool heeft, verdraagt minder. Laat de hoeven elke zes tot acht weken bekappen en kijk hoe hij op harde grond loopt; een ezel die daar kort stapt, heeft meer nodig dan een lager getal.

Beweging. In de praktijk is te weinig beweging vaker de oorzaak dan een paar procent meer of minder suiker in het gras. Een ezel die goed in conditie is, elke dag loopt en hoeven heeft die in balans zijn, verdraagt een verhoogde index beter dan een zware ezel die stilstaat bij een laag getal. Wandel dus elke dag met een ezel die goed loopt, en maak de weg tussen water, hooi en schaduw langer.

Kijk daarom nooit naar de index alleen. Gewicht, voer, hoeven en beweging tellen elke dag mee; het weer alleen op de dagen waarop de index dat zegt.

Een hoefsmid bekapt de hoef van een ezel in de stal.

Hoefbevangenheid herkennen bij een ezel

Wacht niet op een ezel die niet meer wil lopen; zo ver laat een ezel het zelden komen.

Bij hoefbevangenheid raakt de laag beschadigd die het hoefbeen aan de hoefwand verbindt; bij ezels meestal door te veel insuline na suiker. Bij een ezel begint het stil. Let op:

  • Hij loopt stijf of kort, alsof hij over glas loopt, vooral op harde grond of in een bocht.
  • Hij zet de voorbenen naar voren en de achterbenen onder het lichaam, om de tenen te ontlasten.
  • Hij gaat vaker en langer liggen dan anders.
  • De hoeven voelen warm, en aan de achter- en zijkant van de kogel voel je de slagader duidelijk bonzen (normaal voel je hem nauwelijks; vergelijk met een ander been of een andere ezel).
  • Hij staat apart van zijn maatje, is stil, eet minder.
  • Op de lange duur: ringen op de hoefwand die naar de hielen uit elkaar lopen, een uitgezakte zool, lange tenen.

Zie je een van deze dingen, bel dan de dierenarts en zeg erbij dat het om een ezel gaat; wacht niet op een tweede teken. Eet hij minder, dan is dat op zichzelf al reden om te bellen. Haal hem van het gras, zet hem op zacht zand of dik strooisel, geef hooi en laat hem niet lopen tot de dierenarts er is.

Een ezel bij het hek, achter hem een tractor met een wagen hooi.

Maaien en hooi

Wat voor het weiland geldt, geldt ook voor het hooi dat je ervan maakt.

Hooi is gedroogd gras, en de suiker gaat mee. Wie hooi maakt voor ezels, kijkt daarom naar hetzelfde weer als de index.

  • Na een reeks koude, zonnige dagen staat het gras vol; wacht dan met maaien tot het een paar zachte nachten heeft gehad.
  • Zacht, groeizaam weer zonder kou is het beste maaiweer, en dan in de ochtend na een zachte nacht, zodra de dauw eraf is.
  • Laat het gras ouder worden voordat je maait: een ezel heeft meer aan vezel dan aan jong, rijk gras.
  • Droog het goed: broei en schimmel zijn voor elke ezel gevaarlijk, ook voor een ezel zonder suikerprobleem.
  • Voer het hooi uit een net met kleine mazen of een slowfeeder, zodat een ezel er langer over doet.

Koop je hooi, vraag dan naar een analyse: het suikergehalte zegt meer dan de kleur. Voor gevoelige ezels is hooi met minder dan tien procent suiker en zetmeel samen (op de droge stof) de gangbare richtlijn. Zit het er iets boven, dan haalt weken een deel weg; zit het er ver boven, zoek dan ander hooi.

Hoe wij rekenen

Geen meting in het gras, maar een optelsom van het weer, uur voor uur.

Gras maakt overdag suiker aan in de zon en verbruikt die om te groeien. De index telt dat uur voor uur op uit het weer op jouw plek: zon en kou bouwen op, warmte verbruikt. Twee weken terug, en doorgerekend op de verwachting, zodat je ziet of het beter of slechter wordt. De rekenwijze volgt het uurmodel dat Hoefnatuurlijk (Paard Natuurlijk) openbaar beschrijft; de weergegevens komen van Open-Meteo.

Je eigen waarnemingen corrigeren het weerstation. Rijp op het gras is vorst in jouw wei, ook als het station twee graden mat. Zand droogt uit, klei houdt vocht, en natte grond na regen laat het gras doorgroeien. De bodemcorrecties zijn klein en tellen alleen op dagen dat het gras kan groeien; rijp telt vanaf vandaag als een extra koude nacht met een zonnige dag erachter, één vak op de schaal, en wordt bij een volgend bezoek niet onthouden. Mat het station zelf al vorst, dan zit die nacht er al in. De meting blijft het weer.

Het getal loopt van 0 tot 100 en zegt waar je op de schaal staat; het is geen gram per kilo. Het telt twee dingen bij elkaar: de voorraad die het gras de afgelopen twee weken heeft opgebouwd, en wat het weer van vandaag zelf doet (zon, de nacht, warmte, regen), naar de dagtelling die ook Hoofwear gebruikt. Daardoor heeft elke plaats zijn eigen getal, ook in een zachte zomer waarin de voorraad overal nul is. Sommige indexen kijken alleen naar vandaag. Wij tellen ook op, omdat het gras dat doet: de suiker van drie koude nachten zit er op de vierde dag nog in.

De kaart en jouw plek verversen zichzelf: bij elk bezoek vers opgehaald, daarna elk kwartier en zodra je terugkomt op de pagina.

Veelgestelde vragen

Is fructaan altijd gevaarlijk voor een ezel?

Nee. Een gezonde ezel op een sober rantsoen verdraagt het gras van een gewone dag. Het risico zit bij een ezel die te zwaar is, insulineresistent is, het syndroom van Cushing heeft of eerder hoefbevangen was, en bij het weer waarop de index op verhoogd of hoger staat.

Betekent een hoge index dat mijn ezel niet naar buiten mag?

Nee, naar buiten mag hij altijd; het gaat om wat hij daar eet. Een hoge index is een signaal om het gras te beperken: minder oppervlak (een smalle strook, een paddock of een track), want een ezel die maar kort mag, eet sneller. Hoe streng je bent, hangt af van je ezel.

Waarom is de ochtend niet altijd het veiligste moment?

Bij zacht weer wel: het gras verbruikt in de nacht suiker en is in de ochtend het armst. Na een koude nacht niet: dan heeft het gras niets verbruikt, zit de suiker van gisteren er nog in en komt er vanaf de eerste zon nieuwe bij.

Is hooi veiliger dan gras?

Meestal beter te doseren, maar niet vanzelf armer aan suiker: hooi is gedroogd gras. Vraag een analyse of week het. Belangrijker: een ezel moet altijd ruwvoer hebben; gerstestro met wat hooi is voor een gevoelige ezel de basis, geen keuze.

Waarom telt deze index over meerdere dagen?

Omdat het gras dat ook doet. Suiker die in een koude nacht blijft zitten, is de volgende dag niet weg. Een index die alleen naar vandaag kijkt, ziet die voorraad op een bewolkte vierde dag niet meer. Het gras heeft hem nog wel.

Mijn ezel is te zwaar. Wat nu?

Langzaam. Beperk het gras, geef hooi en stro, laat krachtvoer en traktaties weg en ga elke dag wandelen, zolang hij goed loopt. Hooguit een paar procent gewicht per maand eraf; sneller is bij een ezel gevaarlijk. Overleg met je dierenarts en laat het bloed nakijken op insuline.

Hoe betrouwbaar is de index?

Het is een richtlijn uit het weer, geen meting in het gras. Grassoort, bemesting, bodem en de hoogte van het gras tellen mee, en die weet de index niet. Gebruik hem om de dagen te herkennen waarop je extra oplet, niet als vrijbrief.

Kan ik de index gebruiken om een maaidatum te kiezen?

Ja, als een van de aanwijzingen. Een lage index wijst op gras dat weinig suiker heeft opgeslagen, en dus op een gunstiger maaimoment voor ezelhooi. Hoe ver het gras is, of het kan drogen en wat de bodem doet, wegen minstens zo zwaar.

De index is een richtlijn uit weergegevens (Open-Meteo), geen meting in het gras. Grassoort, bemesting, bodem en de conditie van je ezel tellen mee. Twijfel je, overleg met je dierenarts.